aanmelden
Zes vragen aan Cesar Zuiderwijk
Mijn gladiatoren-opkomst veranderde in een walk of shame
Muzieknieuws 10-09-2020 07:09
Als bekendste drummer der Lage Landen behoeft hij natuurlijk geen introductie. Wat wellicht wel nieuws is voor sommigen, is dat hij een nieuw project heeft genaamd Sloper. Een old-school rock & roll-band waarin hij het drumpodium deelt met Triggerfinger-drummer Mario Goossens (die in de vorige editie deze rubriek sierde). Een kijkje in de belevingswereld van Cesar Zuiderwijk!

Wat is je favoriete album?
‘Een favoriete plaat heb ik niet, maar er zijn wel een paar albums aan te wijzen die kantelpunten waren voor mij als drummer. De eerste is Please Please Me van The Beatles. Met die plaat heb ik leren drummen in de garage van m’n ouders. Honderd keer dat naaldje van de pickup terugzetten. Daarna leerde ik uit m’n knar gaan met Led Zeppelin I en Live At Leeds van The Who. Toen ik Keith Moon voor het eerst hoorde, dacht ik: o, maar dat kan dus óók! John Bonham was meer heavy en gecontrolleerder dan Moon. Het laatste echte kantelpunt was de eerste plaat van fusionband Mahavishnu Orchestra, The Inner Mountain Flame uit 1971. Het supertechnische maar groovende spel van drummer Billy Cobham was echt een eyeopener voor mij.’  

Wanneer was je voor het laatst echt dronken?
‘Gisteravond. Haha, nee, geintje! Ik ben nooit echt dronken. Ik ben een gezelligheidsdrinker en maak het niet zo snel te bond. Mijn favoriete drankje is een cocktail met rum of een witte wijn, en dan een chardonnay. Daarin ben ik aangestoken door Barry Hay. Als hij een zoon had gehad, had ie ’m Chardon genoemd. Chardon Hay.’ 



Wie is je jeugdheld?
'Afgezien van alle muzikale helden was ik behoorlijk fan van Johan Cruijff, al was hij maar een jaartje ouder dan ik. Als hij in Den Haag moest voetballen, zorgde ik altijd dat ik in het stadion zat. Ik heb ’m nog dat befaamde doelpunt zien maken tegen ADO in 1972, met die onwaarschijnlijke aanname en krulbal over de keeper heen.’ 

Doe je aan sport?
‘Nee joh, ik drum.’ 

Wat is je meest memorabele gig?
‘Begin jaren zeventig deden we een hele week het voorprogramma van The Who in het legendarische Madison Square Garden in New York. We kwamen daar net om de hoek kijken. Het publiek had duidelijk niet zo’n zin in voorprogramma’s en wanneer we opkwamen, stonden er Hells Angels met fietskettingen te zwaaien en “fuck off!” te roepen. We moesten ons avond aan avond weer opnieuw bewijzen, maar na drie kwartier stug doorknokken hadden we op het einde toch steeds 30.000 aanstekers in de lucht. Man, dan zat ik steeds met een brok in m’n keel op m’n drumkruk.’

Wat is je grootste Spinal Tap-moment?
‘Ik speelde een hele week mee met de Nationale Taptoe 2015 in Ahoy Rotterdam. Samen met twee militaire kapellen speelde ik Radar Love. Zij speelden het intro en daarna kwam ik erbij, met een drumstel dat op een rijdend platform door de zaal reed. Bij de zevende avond op rij - de zaterdagavond, de grande finale zeg maar, met het meeste publiek - was de scherpte er bij mij echter een beetje vanaf. Ik zat backstage tv te kijken toen ik opeens het intro van Radar Love hoorde. Ik rende naar de bühne, maar het drumstel was al zonder mij vertrokken en ergens halverwege de zaal. Daar moest ik dus eerst voor een volle Ahoy knullig achteraan rennen. Zo veranderde mijn gladiatoren-opkomst toch een beetje in een walk of shame.’