
Afgelopen weekend brak Pablo van de Poel, gitarist-zanger van DeWolff, in het AD een lans voor de bands die eigen muziek maken en vraagt gemeentes en andere overheden meer oog te hebben voor financiering van de muziek zelf in plaats van alleen een mooi gebouw met een dure P.A. neer te zetten. In een eigen social post wil hij zijn uitingen in het AD verder toelichten.
Pablo van de Poel: "Even voor de duidelijkheid... dit is geen aanval op mensen die -noodgedwongen of vrijwillig- in tributebands spelen. Je doet wat je moet doen; als ik niet de ontzettende geprivilegieerde positie van "artiest die kan leven van eigen muziek" zou hebben, zou ik ook liever in een tributeband spelen dan een kantoorbaan zoeken. Nee, de overvloed aan tribute- en coverbands is een symptoom van een zieke muziekwereld. Die wás al ziek vóór 2020 maar die is alleen maar zieker geworden.
Met plaatverkoop wordt er al jarenlang geen geld meer verdiend. Je mag blij zijn als je quitte speelt. Nou, dan is er "gelukkig" nog het livecircuit. Poppodia zijn de laatste decennia alleen maar groter, duurder en "professioneler" geworden. Miljoenen en miljoenen worden uitgegeven aan nieuwe PA's, state-of-the-art zalen met de meest waanzinnige techniek, een mooie foyer, een nieuwe voorgevel of misschien zelfs een heel nieuw pand. Vastgoed. Daar gaat menig wethoudershartje sneller van kloppen!
Maar dat geld moet wel terugverdiend worden. En zo komt het dat een kleine(!) zaal van een gemiddeld groot poppodium €3000 kost om een avond open te gooien. Zie dat maar eens terug te verdienen met je €15 ticketprijs. Dan moeten er dus 200 mensen staan voordat je ook maar 1 cent gaat verdienen. Dat geldt ook voor de poppodia zelf overigens: technici, energie en catering moeten allemaal betaald worden en álles is duurder geworden. Maar uiteindelijk worden die kosten doorberekend aan de artiest. Hoe ga je dat als beginnende band terugverdienen? Niet.
Maar als er in megaletters "QUEEN tribute" op een poster staat, dan komt die zaal waarschijnlijk wel vol. Tenminste één avond geen verlies gedraaid, plus... de hele zaal heeft even lekker Bohemian Rhapsody -het nummer dat ze naar de 1e plek in de Top 2000 stemden- kunnen meebrullen.
En het is een vicieuze cirkel: als je geen geld kunt verdienen met eigen muziek, kun je naast je fulltime baan ook niet genoeg tijd investeren in het werken áán die muziek. Vind maar eens een clubje gekken die elke dinsdagavond na het werk zin hebben om de nieuwe -21e eeuwse- Bohemian Rhapsody te schrijven. Waarom zóú je, als je meest haalbare carrièrepad er zo uitziet:
- maanden repeteren, repeteren en nog eens repeteren (€0)
- 20 Popronde optredens (€0 - €100 brandstof per show)
- voorprogramma DeWolff (€250 - €100 brandstof)
- 8 eigen clubshows (€750 per show, maar na €200 geluidsman, €150 lichtman en €200 brandstof blijft er €200 per show over)
Resultaat: - €250. Vervolgens moet je dan alleen nog even €8250 bij elkaar sprokkelen en dan kun je met dat geld je nieuwe album opnemen, zodat je het hele riedeltje weer kunt herhalen...
Nogmaals: waarom zou je?
En zo gebeurt het dat potentieel zeer talentvolle muzikanten gewoonweg geen kans krijgen om zich te ontwikkelen. Of noodgedwongen in die tributeband gaan spelen, want daar valt wél geld mee te verdienen. En ik vind dat treurig.
Dus rot op met je miljoeneninvestering in een nieuwe voorgevel van je poppodium om vervolgens te zeggen dat je hebt geïnvesteerd in cultuur. Dat is geen cultuur. Die subsidie hoort op andere plekken; zodat makers kunnen maken, creativiteit zich kan ontwikkelen en zodat die volle zaal straks die nieuwe 21e eeuwse Bohemian Rhapsody kan meebrullen!”
Groetjes, Pablo
