aanmelden
Interview: Marcus King
Van buitenbeentje naar Golden Boy
Muzieknieuws 16-07-2020 16:32
Marcus King is een fenomeen in de gitaarwereld. Hij was al fulltime-muzikant toen hij nog leerplicht had en wordt nu - nog maar net 24 jaar - al op handen gedragen door de groten der aarde. Musicmaker belde met deze legende in de dop en sprak over de opnames van zijn meest recente album, het geheim achter zijn vermaarde toon en de hoogtepunten van zijn nog prille carrière.

Fotografie: Fotono Photography

De wereld lijkt heden ten dage minder met gitaargoden bedeeld te zijn dan, pak ’m beet, enkele decennia geleden. Toch daalt er eens in de zoveel tijd nog eentje vanuit het firmament neer die de oren en harten van een grote groep weet te vangen. Marcus King lijkt uit die klei te zijn geboetseerd. Zijn wervelende gitaarspel is niet de enige attractie: ook zijn stem en songwriting-skills doen hoofden in bewondering omdraaien. Dat alles gebundeld in het lichaam van een verbluffend jonge anti-ster en een fenomeen is geboren. Ook Nederland en België bleven niet onberoerd. Zijn optredens in Paradiso en Ancienne Belgique waren strak uitverkocht en deze zomer zou hij wederkeren op onder meer Pinkpop en Rock Werchter. 

Toevlucht
Veel van zijn idolen mag hij nu tot zijn vriendenkring rekenen, maar tijdens zijn jeugd lagen vrienden minder voor het oprapen. Hij groeide op in Greenville, South Carolina en het sociale contact dat hij had, was voornamelijk met zijn directe familie. Wel was het een hele muzikale familie. Vooral zijn vader en grootvader - beiden gepassioneerde gitaristen - werden zijn rolmodellen en leraren. Al vanaf heel jongs af aan werd muziek een toevlucht voor het getalenteerde maar vaak eenzame buitenbeentje. Tijdens zijn tienerjaren ging hij jazzgitaar en jazztheorie aan de lokale kunstacademie studeren om zijn muzikale leergierigheid te stillen. 

In 2013 richtte hij The Marcus King Band op - hij was toen zeventien jaar - en de band stoomde zich door vier avonden per week in lokale kroegen te spelen klaar voor hun eerste album, Soul Insight uit 2015. Het was direct een staalkaart voor de volgende twee albums; bluesy southern rock met een soul zoals die van The Black Crows, met hier en daar wat jazzy uitspattingen zoals je die bij The Allman Brothers Band ook weleens hoorde. Zijn meest recente album, El Dorado, bracht hij afgelopen januari uit onder zijn eigen naam (zonder zijn band). Die plaat werd door niemand minder dan The Black Keys-frontman Dan Auerbach geproduceerd, die minder focus op gitaargeweld legde en des te meer op de songs en Marcus’ stem.

Hoe kwamen Dan Auerbach en jij met elkaar in contact? 
‘Op een dag werd ik gebeld door mijn management met de mededeling dat Dan Auerbach me wilde ontmoeten om songs te schrijven. Ik zei: “Holy shit!” Ik ben ontzettend fan van wat hij doet en had toevallig een paar dagen geen optredens. Ik wijzigde direct m’n plannen en ben naar Nashville gevlogen, waar hij woont en een studio heeft. Er was een grote muzikale klik - we schreven direct een paar nummers - en we werden ook hele goede vrienden.’ 

Hoe is het om met Dan in de studio te werken? 
‘Fantastisch. Ik hou van zijn energie en werkwijze. Hij zorgt er met humor voor dat iedereen zich op z’n gemak voelt, maar is tegelijkertijd zeer toegewijd. Hij heeft een duidelijke visie en weet het overzicht te bewaren. Hij houdt er niet van om onnodig tijd te verspillen. Als iets niet wil lukken of te lang duurt, gaat ie op zoek naar een andere route of verder met het volgende nummer.’ 



El Dorado heb je opgenomen met studiomuzikanten in plaats van je eigen band. Vanwaar deze keuze?
‘Het was niet zozeer een bewuste keuze. Dan stelde het voor. Hij werkt vaker met een min of meer vaste groep sessiemuzikanten in zijn studio en heeft een onwerkelijke workflow met ze. Ik wilde het natuurlijke verloop van zaken in Dan’s studio niet verstoren. Daarnaast kon ik die mogelijkheid om met die muzikanten te spelen niet aan me voorbij laten gaan. Het zijn legendes!’ 

Dat kun je wel zeggen! Drummer Gene Chrisman en toetsenist Bobby Wood van The Memphis Boys hebben onder meer met Elvis gespeeld en gitarist Billy Sanford speelde het intro van Roy Orbison’s Oh, Pretty Woman… 
‘Dat klopt. En hij had zelfs de gitaar die hij daarvoor gebruikte, bij zich in de studio! Ik voelde me net Indiana Jones en zei: “Dat ding hoort in een museum thuis!” Hij vertelde me dat die gitaar jaren en jaren in een koffer onder zijn bed had gelegen.’ 

Hoe zag een gemiddelde studiodag eruit?
‘Dan houdt ervan om vroeg te beginnen. We begonnen om negen uur ’s ochtends en gingen tot tien uur ’s avonds door. Zo hebben we in drie dagen achttien nummers opgenomen.’ 

Dat is rap. Hoe ging dat zo snel?
‘Ik liet ter plekke de demo-versie van een nummer horen en de sessiemannen maakten dan wat aantekeningen op papier. Daarna werd er afgetikt en alles live op band gezet; er waren nooit meer dan twee takes nodig. En dat zes keer per dag. Zo werkt het daar in Nashville, het zijn echt old-school vaklui.’ 



Dit is ook de eerste plaat die je met meerdere co-writers schreef. Hoe heeft dat je songs beïnvloed?
‘Het was alsof ik met architecten ging werken, terwijl ik daarvóór simpelweg stenen aan het leggen was. Als ik eenmaal had gezegd wat ik in een nummer kwijt wilde, liet ik de structuur meestal los. De songwriters met wie ik werkte, leerden me om hetgeen ik wilde zeggen beter uit te werken en het in een overkoepelende structuur te laten passen. Op die manier kun je je boodschap nog mooier overdragen en meer een afgerond geheel van het nummer maken.’ 

Je wordt geroemd om de frasering in je gitaarspel. Hoe heb je die ontwikkeld?
‘Voor sommige aspecten van gitaarspelen, zoals toon, frasering, maar ook zeker vibrato, heb ik me laten inspireren door andere instrumenten, zoals tenorsaxofoon en viool. Maar vooral ook door zangeressen. Zo probeerde ik de toon en vibrato van Aretha Franklin en Billie Holiday met m’n gitaar na te bootsen. Of de boventonen die Janis Joplin produceert wanneer ze schreeuwt. Maar de adempauzes zijn ook belangrijk, net als bij zang. De meest waardevolle les die ik geleerd heb wat betreft gitaar spelen, is wanneer níét te spelen.’  

Wat waren enkele hoogtepunten van je carrière tot nu toe?
‘Ik heb nooit zoveel last van zenuwen, maar toen ik op Eric Clapton’s Crossroads Guitar Festival in 2019 speelde, was dat anders. Ik werd aangekondigd door Keb’ Mo’ en aan de zijkant van het podium stond Eric Clapton zélf toe te kijken. Ik kon mijn handen tijdens het eerste nummer niet laten stoppen met trillen. Daarna werd het gelukkig beter, mede doordat m’n band me zekerheid gaf. Direct na de show kwam Eric naar me toe en feliciteerde me en ik gaf ’m een zweterige knuffel.’ 

Haha, wow… Heb je er nog een?
‘Spelen in de Grand Ole Opry was ook heel speciaal voor me. Dat is een soort heilige grond voor countrymuziek en het was de ultieme droom van mijn opa om daar te spelen. Het voelde alsof ik de fakkel die mijn opa aan m’n vader had doorgegeven, en mijn vader aan mij, over de streep mocht dragen. Helaas mocht mijn opa het zelf niet meer meemaken, maar ik voelde hem echt bij me toen ik op het podium stond. Onbeschrijfelijk.’  

 

Het hele interview met Marcus King lezen en nog heel veel andere interessante artikelen voor muzikanten doorspitten? Bestel Musicmaker #477, juli/augustus 2020 (tot 10 september zonder verzendkosten én zonder verplichtingen) hier!