aanmelden
Tyler Ramsey in Q-Factory Amsterdam
Lees hier het interview met deze ex-Band Of Horses gitarist
Muzieknieuws 23-05-2019 11:26
Zanger/gitarist Tyler Ramsey was jarenlang verbonden aan Band Of Horses. In 2017 ging hij solo en op zijn vierde soloalbum For The Morning laat een prachtig klankenpalet horen voor liefhebbers van dromerige americana, folk en indie. Ramsey komt op zaterdag 25 mei in zijn uppie naar muziekmakercentrum Q-Factory in Amsterdam. Als extraatje speelt hij die dag ook op Musicmaker’s redactie - in datzelfde Q-Factory-gebouw - in het teken van onze Aquarium Sessions.

tekst: Patrick Lamberts / Openingsfoto: Jamie Kay & Arlie

Waarom heb je ervoor gekozen om met Band Of Horses te stoppen en volledig voor een solocarrière te gaan?
‘De band was in het begin een heel creatieve uitlaatklep en het voelde voor ons vijven alsof we niet te stoppen waren. Maar in de loop der tijd verschoof het creatieve proces - niet per se in de richting die mij persoonlijk aansprak. Daarnaast speelden er persoonlijke problemen. Die ontstaan nou eenmaal als je jarenlang met elkaar optrekt en praktisch samenwoont. Het was dus tijd om iets anders te doen en mijn eigen pad te volgen.’

Hoe ben je aan de opnames van For The Morning begonnen?
‘Een deel van de plaat is ontstaan uit demo’s die ik maakte toen ik nog met Band Of Horses tourde. Ik nam vluchtige ideeën op met mijn telefoon. Die combineerde ik met recentere ideeën. In de studio kies ik er vaak voor om met slechts twee medemuzikanten te werken: een engineer en een multi-instrumentalist - in dit geval Kevin Ratterman en mijn goede vriend Seth Kauffman van de band Floating Action. Zo’n kleine bezetting werkt fijn, want je kunt gemakkelijk en snel met elkaar communiceren.’

Werk je je demo’s altijd helemaal uit?
‘Voor een demo werk ik de songstructuren en algemene sfeer wel behoorlijk uit. Ik weet bijvoorbeeld welke sounds en tempo’s ik wil aanhouden. Maar we gingen voor deze plaat juist ook - heel bewust - redelijk onvoorbereid naar de La La Land-studio in Louisville, Kentucky. Ik hou namelijk graag ruimte over voor toeval. Als je alles tot in de puntjes voorbereidt, loop je sprankelende inspiratiemomenten mis en die maken een plaat juist magisch. Dit geldt ook zeker voor degenen die meespelen: zij kunnen vanuit hun instinct met heel waardevolle, aanvullende ideeën komen. Die wil ik niet van tevoren uitsluiten door zo veel mogelijk uitgewerkte demo’s te presenteren.’

La La Land in Louisville is een fraaie en riante opnamestudio. Wat kan je erover vertellen?
‘Wij hadden de volledige studio tot onze beschikking. Het is net een groot warenhuis: erg ruim en vol interessante gear. We begonnen ’s ochtends aan een willekeurig nummer en hadden dan meestal rond vijf uur ’s middags de basis van een liedje klaar. Zo hebben we ons door de lijst met liedjes heen gewerkt.’

Welke interessante gear hebben jullie gebruikt?
‘Mijn favoriete elektrische gitaar van dit moment - en misschien wel ooit - is een rode Guild Starfire III uit de jaren zestig van de vorige eeuw. Toen Seth en ik een keer onderweg waren naar de studio in Louisville, stopten we onderweg in Knoxville bij de gitaarwinkel van een goede vriend van me. Daar pauzeer ik altijd wanneer ik in de buurt ben. De Guild hing er aan de muur. Hij voelde geweldig aan en speelde ook nog heerlijk. Met wat ruilwerk en extra geld kocht ik ’m. Het is een hollow body met een Bigsby van Guild en flatwound snaren - waar ik nog niet eerder op had gespeeld. Een expressieve gitaar die goed samengaat met mijn fingerstyle-speelwijze.’

Je speelt ook op een akoestische Gibson F25 Folk Singer, met dubbele witte slagplaat. Horen we die nog op de plaat?
‘Die is in een paar nummers te horen. Ik vond die gitaar in een pandjeshuis. Een jochie had ’m van zijn opa gekregen en daarnaartoe gebracht. Altijd jammer wanneer zo’n familie-instrument wordt verkocht; het is juist iets heel waardevols om aan vast te houden. Maar ik ben er blij mee, want het is een heel mooi klinkende gitaar, een van mijn favorieten.’

Speel je voornamelijk akoestisch of elektrisch?
‘Zowel akoestisch als elektrisch. Ik woon op het platteland en heb een veld waarop ik een klein studiootje heb gebouwd. Daar kan ik naartoe gaan wanneer ik wil en ik gebruik er de instrumenten die ik wil gebruiken. Voorheen huurde ik altijd een hutje en dan nam ik een paar akoestische gitaren, een drummachine en een crappy keyboard mee. Zo’n minimaal instrumentarium zorgt ervoor dat je creatief wordt en je niet snel in de war raakt of afgeleid wordt. Maar de laatste tijd ga ik naar mijn eigen gebouwtje en gebruik ik waar ik maar zin in heb.’

'Een minimaal instrumentarium zorgt ervoor dat je creatief wordt'

Hoe begin je precies? Pak je wat akkoorden of ga je fingerpicken?
‘Ik speel eigenlijk nauwelijks slaggitaar en gebruik zelden een plectrum - al heb ik er altijd wel een paar in huis liggen. Ik vind het leuk om op zo’n manier te schrijven dat de gitaarpartijen direct een deel van het geheel vormen en goed samengaan met de songteksten en melodieën. Losse gitaarpartijen zijn dus niet zozeer een startpunt. Dit komt voort uit mijn liefde voor country en blues; gitaristen als Mance Lipscomb en vooral ook Mississippi John Hurt. Hun songteksten en gitaarnoten zijn heel uitwisselbaar en tegelijk met elkaar verweven. Dat waardeer ik heel erg. Meestal werk ik vanuit een melodie of een baslijn. Dan zie ik wel wat er gebeurt - of er bijvoorbeeld een goede zangmelodie bij ontstaat.’

Je muziek - en vooral je stem - wordt regelmatig met die van Neil Young vergeleken. Zie je hem als een van je grote inspiratiebronnen?
‘Zeker! Het is altijd een eer om met hem vergeleken te worden. Ik vat dat op als het ultieme compliment. Ik denk dat het komt door mijn ietwat nasale stem. Die heb ik ook als ik praat. En ik probeer altijd te zingen zoals ik praat, want ik hou er nooit zo van als vocalisten een heel andere zangstem gebruiken ten opzichte van hun praatstem.’

Bestel hier kaarten voor het optreden op zaterdag 25 mei.

tylerramsey.com